
Bij de expositie Omnia Temporaria (alles is tijdelijk) was de bezoeker zowel stille getuige als actief deelnemer aan het verdwijnen, verschijnen, vergaan en verstrijken van de tijd. De installatie werd gevormd door bloemstillevens en bloemen in verschillende verschijnings- en verdwijningsvormen. Een niet permanent zichtbaar bloemstilleven, waarbij zelfs de houdbaarheid van het beeld beperkt is, gevolgd door een projectie van langzaam verwelkende bloemen. Met het dragen en loslaten van een bloem markeerden bezoekers zowel de tijd als de tijdelijkheid.